Terug op nul

Sommige mensen beginnen ’s ochtends op vier. Anderen op vijf of meer. De meeste mensen beginnen ’s ochtends op nul. Dat is normaal. Je staat op, wrijft de slaap uit je ogen, vloekt omdat het te vroeg is, maar gaat uiteindelijk gewoon gaan douchen. Een aantal mensen beginnen op min tien. Voor hen is opstaan een gevecht. Niet omdat de wekker te vroeg gaat of omdat het nog donker is. Gewoon omdat de dag zo zinloos lijkt. En na het opstaan begint het pas: douchen, eten, tanden poetsen enzovoort. Waarom nog?

Als je denkt dat er mensen zijn die hiervoor kiezen, dan ben je fout. Niemand op deze hele wereld kiest voor een leven dat constant vechten is. Depressie is een ziekte. Het is verdriet dat al heel lang in je woont en nu eindelijk zoekt naar een uitweg. Het manifesteert zich in slapeloosheid, lusteloosheid, weinig eetlust of binge-eating, uitzichtloosheid, besluiteloosheid, weinig concentratie en verminderde seksuele drift. Het voelt als constant verdrinken.

“Je moet gewoon positief denken,” zeggen velen. Als het dat maar was. Mensen met een depressie zien en voelen de zon wel. Het is niet dat ze hun ogen sluiten en doelbewust in de nacht blijven zitten. Het is alleen dat hun meter op min tien staat. Het vraagt al energie om gewoon op nul te komen. “Ga eens gaan wandelen,” zeg je? Het helpt, dat weten we, maar de besluiteloosheid en vermoeidheid maken ook van het wandelen een gevecht. En de meter staat dan nog maar op min acht.

Het is zo gemakkelijk om een depressief persoon verantwoordelijk te stellen voor zijn ziekte. Tenslotte zijn we allemaal wel eens moe, eenzaam of verdrietig. Wel, een depressie is veel meer dan dat. En net zoals kanker niemands schuld is, zo is ook een depressie niemands verantwoordelijkheid. Genezen vraagt ondersteuning. Wandelen, gezond eten, een goede nachtrust zijn zeker belangrijke elementen die kunnen bijdragen tot genezing, maar met een depressie is dit alles niet vanzelfsprekend. Er bestaat medicatie, maar die werkt niet altijd en gaat vaak gepaard met onaangename bijwerkingen. Genezen vraagt tijd.

Zullen we voor eens en voor altijd afspreken dat niemand ervoor kiest depressief te zijn? Dat positief denken geen medicijn is voor de zwaarte van een depressie? Dat wandelen gezond is – voor iedereen trouwens – maar niet voldoende? Dat er op deze wereld een hele hoop mensen zijn die elke ochtend strijden om gewoon terug op nul te komen? Want als we het daarover eens zijn, dan verdwijnen er een hoop oordelen uit de wereld en kunnen mensen met een depressie misschien een beetje meer genezen. Zij danken u.

En toen stond ik daar

Al enkele weken keek ik er met gemengde gevoelens naar uit: de lezingen. Via mijn vroegere middelbare school had ik geregeld dat ik voor de leerlingen ging komen getuigen over psychische problemen. Op die manier kon ik ook onze Rode Neuzen-actie (Cards for Care) promoten. Het was een lumineus idee, maar tijdens de voorbereidingen stuitte ik regelmatig op inwendig verzet. Mijn spreekangst nam weer de overhand, en wat als ze me niet leuk vinden?

Ik vocht tegen de faalgedachten en bereidde me voor. Ik schreef mijn tekst uit en luisterde naar de feedback van mensen rondom me. Ik focuste me op de boodschap die ik wou meegeven, namelijk dat negatieve gevoelens deel zijn van het leven en dat we ze kunnen omarmen zonder dat ze de overhand nemen. Ik oefende, raakte buiten adem, hyperventileerde, maar bleef oefenen. Angstgedachten hielden me wakker ’s nachts en een deel van mij wou alles annuleren, maar zo ben ik nu eenmaal niet.

Vandaag was de dag. Vandaag stond ik daar voor een groep leerlingen en wat leerkrachten. Ik stond daar en vertelde mijn verhaal. Mijn benen trilden, mijn handen voelden klam, mijn stem klonk nog wat beverig, maar ik sprak met overtuiging. Na de lezing was er ruimte voor vragen, maar die vragen kwamen moeizaam – begrijpelijk: vragen stellen in een groep, dat deed ik ook nooit. Toch had ik mensen geraakt en dat raakte mij ook. Dat mijn verhaal iets kan betekenen voor een ander, is dat nu niet het mooiste wat er bestaat?

IMG-20181112-WA0001.jpg

Ook onze kaartjes voor Rode Neuzen Dag waren in een mum van tijd uitverkocht. Wat ben ik daar dankbaar voor. Afgelopen weken ontmoette ik dankzij onze actie al zoveel fijne mensen en kon ik mijn mening delen over het belang van psychisch welzijn, maar vandaag was misschien wel een hoogtepunt. Nog steeds met trillerige zweethandjes kijk ik uit naar donderdag, want dan sta ik daar opnieuw, zenuwachtig maar overtuigd van de boodschap die ik breng.

Het taboe

Net zoals racisme nog steeds de wereld niet uit is en LGBTQ-haat nog steeds een realiteit is, zo zijn de vooroordelen en misverstanden rond psychische problemen nog niet verdwenen. Ja, er is al veel veranderd. Meer en meer dokters hebben aandacht voor psychosomatische klachten en de hulpverlening is er sterk op vooruit gegaan. Toch zijn we nog ver van huis. Even een kleine reality-check:

De statistieken zijn verbijsterend: per jaar lijdt bijna dertig procent van de volwassen populatie aan een erkende psychische stoornis. De WHO schat dat depressie op dit moment de op drie na meest voorkomende, duurste en meest invaliderende ziekte ter wereld is en tegen het jaar 2020 zelfs de tweede plaats zal innemen. Iedere willekeurige week lijdt tien procent van de volwassen populatie aan een klinische depressie en een op de vijf mensen krijgt in zijn of haar leven een keer een depressie. Bovendien lijdt een op de vier volwassenen op enig moment in het leven aan een drugs- of alcoholverslaving. Daardoor zijn er alleen al in de Verenigde Staten op dit moment meer dan twintig miljoen alcoholisten. Nog verbijsterender dan al deze cijfers is echter dat bijna de helft van alle mensen in hun leven een keer een periode van twee weken of nog langer doormaakt waarin ze met serieuze zelfmoordgedachten rondlopen. En, nog beangstigender: een op de tien mensen doet op enig moment echt een zelfmoordpoging. Probeer je die getallen eens voor te stellen. Denk aan je eigen vrienden, familie en collega’s. Bijna de helft van hen maakt het een keer mee zich zo overspoeld te voelen door zijn of haar ellende, dat zelfmoord een serieuze optie wordt. (De valstrik van het geluk – Russ Harris)

Er zijn dus absurd veel mensen die te maken krijgen met psychische problemen. Het is een probleem waar we oplossingen voor moeten bedenken. Is het een optie om gewoon te doen alsof die problemen niet bestaan? Nope. Net als de klimaatopwarming kunnen we de feiten niet blijven ontkennen. Psychische problemen zijn echt. Het heeft geen zin ze dood te zwijgen.

Er wordt al veel ondernomen, maar het volstaat niet. Ik heb gesprekken gehad met mensen die vinden dat ik “gewoon wat minder moet nadenken” en “dat ik moet zorgen dat het niet teveel opvalt dat ik problemen heb”. Het zijn vrienden die zo’n uitspraken doen. Vrienden die me vertellen dat ik overdrijf, dat ik gewoon moet doorgaan en er niet teveel woorden aan moet vuil maken. Ik had tijdens mijn studie gemiddeld drie paniekaanvallen per dag, dat zijn er meer dan 4000 gedurende mijn hele studeerperiode. Om maar te zeggen: als ik had gezwegen, dan had ik nooit mijn diploma gehaald.

Het is niet de schuld van de persoon zelf dat hij of zij met psychische problemen belast wordt. Net zoals kanker niemands fout is. Het is wel zo dat iedereen de keuze heeft: laat je je doen door wat je overkomt, of zoek je actief naar oplossingen en hulp. “Het mag geen excuus worden,” hoor ik je denken. Klopt. Maar is het een excuus als je door je depressie gewoon niet uit je bed geraakt? Of anders: Is het een excuus als je door kanker niet uit je bed geraakt? Het mag geen uitvlucht worden, maar de moeilijke dagen mogen er zijn en er mag over gesproken worden, dan worden ze misschien een beetje gemakkelijker.

Doorbreek het taboe. Praat, oordeel niet. Iedereen heeft zijn verhaal en elk verhaal mag er zijn.

“Jij hebt toch niets te klagen?!”

Ik las ooit een verhaal van een vrouw die een postnatale depressie had. Ze had een perfecte zwangerschap en bevalling achter de rug. De baby was schattig en gezond. De roze wolk was voor iedereen een feit, maar niet voor haar. Alle mensen rondom haar bleven maar herhalen hoe goed ze het getroffen had, hoe fier en gelukkig ze mocht zijn. Maar zij was het niet. Het was een eenzaam gevoel. Ze begreep ook wel dat ze alles had om gelukkig te zijn, maar toch voelde ze zich droevig, onrustig, alleen.

Toen ik mijn eerste examenperiode op de universiteit overleefd had, herkende ik dat gevoel. Iedereen rondom me was ervan overtuigd dat ik gelukkig was, dat ik op mijn plaats zat, dat ik echt mijn weg had gevonden. Maar ik voelde me droevig, onrustig en alleen. Ik durfde het aan niemand te vertellen omdat het leek alsof ik niets te klagen had. Dus ondanks alle paniekaanvallen deed ik gewoon maar door alsof er niets aan de hand was.

Het is een probleem dat zich vaak voordoet bij psychisch kwetsbare mensen. Enerzijds gaat alles goed in hun leven, maar anderzijds is het onmogelijk om elke dag dat goede te zien. Er speelt veel onzekerheid mee. Zoveel aspecten van een mensenleven die voor een buitenstaander totaal onzichtbaar zijn, maar binnenin woekeren als onkruid. Hoe kan een buitenstaander dan beslissen dat een ander niet te klagen heeft? Er gaat zoveel verbondenheid verloren door de problemen en gevoelens van een medemens compleet te ontkennen of te ondermijnen. We moeten relativeren, we moeten doorzetten, okay I got it. Maar betekent dat dat we niet meer mogen huilen? Dat we niet meer mogen toegeven dat we onzeker en bang zijn? Dat we de problemen die zich in ons hoofd settelen niet meer mogen benoemen? Nee toch?!

Ik geloof dat we die dingen net meer met elkaar moeten delen. Misschien dat iemand een antwoord heeft. Misschien dat iemand hetzelfde voelt. Misschien dat iemand gewoon kan luisteren en kan delen hoe hij of zij met gelijkaardige gevoelens omgaat. Het kan geen kwaad om de dingen te benoemen. Het is niet omdat iemand aangeeft dat hij of zij een probleem heeft, dat die persoon niet langer kan functioneren in de maatschappij. Integendeel: zelfkennis is het begin van alle wijsheid. Het is niet omdat iemand huilt dat hij of zij zwak is. Integendeel: kwetsbaar kunnen zijn is een immense kracht.

Wees dus niet te snel met je oordeel. Ook al hebben mensen schijnbaar niets te klagen, het kan zijn dat hun onzichtbare demonen hen parten spelen. Laat hen niet in de steek, geef hen niet het gevoel dat ze overdrijven. Help hen. Luister en deel. Wees menselijk en leef lief.

Wat Rode Neuzen Dag (al) opbracht

In mei was het nog een vaag idee. In juni deelde ik dat idee met een vriendin en dat tekende het begin van onze actie. Rond het kampvuur doopten we onze actie ‘Cards for Care’ en zo waren we goed vertrokken. Eind augustus volgde het definitieve ontwerp van de kaartjes. Vijf gedichtjes van mijn hand voorzien van een tekening door Kayo Quintens.

kaartjes

De actie was het begin van een hoop fijne ontmoetingen. Zo stapte ik in juni vol goede moed binnen in het Overkop-huis in Gent en vertelde ik er over mijn actie. De reacties waren hartverwarmend. Ook ontmoette ik Lieve. In een gesprek met haar ontdekte ik een gelijke. We delen een visie over psychisch welzijn en worden enthousiast van elkaars acties. Het is dankzij haar dat ik uiteindelijk besliste om zelf aan de slag te gaan met mijn verhaal en open kaart te spelen om anderen te kunnen helpen. Vervolgens ging ik ook in gesprek met iemand van Huisvandemens. Onze ontmoeting was kort, maar toch tekenend. Opnieuw kon ik vol vuur vertellen over mijn ideeën en waarom ik deze actie juist uit de grond stampte. Zonder nadenken vertelde ik over het belang van zorg, het belang van open communicatie en erkenning van alle menselijke emoties. De woorden vloeiden en werden vol warmte ontvangen.

Op de avant-première van Rode Neuzen Dag 2018 ontmoette ik heel wat mensen die zich met datzelfde vuur inzetten voor hetzelfde doel. Ik durfde de coördinator van Overkop aanspreken en ik bedankte hem, want diezelfde week nog werd ik opgevangen door het Overkop-huis in Gent, toen ik totaal overprikkeld niet meer wist wat te doen. Voor zij die de link niet door hebben: de Overkop-huizen werden gerealiseerd door de centjes van Rode Neuzen Dag 2015 en 2016. Het is een fantastisch initiatief dat ook écht werkt bij jongeren.

De kaartjes stonden toe dat ik met zoveel mensen in gesprek ging over psychische problemen en psychisch welzijn. Naast heel wat kritische mensen, de ‘ja maar ja, tegenwoordig is het met iedereen iets’-mensen, waren er ook heel wat gelijkgezinde zielen en dat geeft moed en hoop voor de toekomst. Daarnaast zijn de kaartjes ook het resultaat van een warme en fantastisch mooie samenwerking met de zeer getalenteerde Kayo. Het kan niet genoeg gezegd worden, maar ik ben zo blij dat ik dit samen met haar heb kunnen doen. Mijn gedichten konden geen mooiere illustraties krijgen.

De financiële teller staat op dit moment op zo’n 960 euro. De magische duizend komt dichterbij. Onze kaartjes verkopen nog steeds vlot en we blijven verkopen tot alles op is. Naast kaartjes kopen is het ook mogelijk om Rode Neuzen Dag via onze actie te sponsoren, klik hiervoor door naar: Cards for Care. 

Mijn beste beslissing

Wie zich goed wil voelen moet regelmatig bewegen, daar zijn we ons allen van bewust. We bewegen niet allemaal en al zeker niet regelmatig, maar we weten wel dat het zo werkt. Als we dan toch beslissen werk te maken van een gezonde levensstijl, dan beginnen we als een gek te sporten. Voor- en na-foto’s in de fitness, Strava-berichten over hoeveel kilometer we nu weer hebben gelopen en vooral hoe snel; we zitten als gekken in de fitness omdat we ons beter willen voelen, maar we voelen ons nooit echt helemaal beter. Ik oordeel niet, ik ben zo iemand (geweest).

Maar dan komt dat punt waarop je door bijvoorbeeld drukte niet meer aan sporten toekomt en je vervalt weer in dat oude patroon. Het vele sporten kan je er niet meer bijnemen en uiteindelijk doe je weer helemaal niks meer. Elke spier waar je zo hard voor hebt gewerkt, verdwijnt genadeloos en elk grammetje vet waarvan je dacht dat het verdwenen was, komt smalend terug. Begin maar opnieuw. Wanneer gezegd wordt dat we regelmatig moeten bewegen om ons beter te voelen, wordt er toch niet gezegd dat we allemaal het lijf van een topatleet moeten krijgen? Het gaat om het bewegen. Het gaat om de mildheid voor je lichaam. Het gaat erom dat je iets anders doet dan zitten. Geen competitie, geen training, geen doelstelling, geen gewichtsverlies of krachttraining.

B e w e e g.

Ik wandel elke dag. Nog niet zo heel lang, maar het is deel van iets wat ik healing noem. Elke dag een halfuurtje/vijfenveertig minuten ben ik op stap met mijn hond. Ik doe het nu negen dagen op een rij en ik voel me beter, stukken beter. Niet alleen is mijn hoofd helderder, maar ook de pijn in mijn rug en nek neemt af. Ik voel me rustiger, gelukkiger. Eva Daeleman schreef het in haar Omdat het kan-boek: “Een dagelijkse wandeling zou zomaar eens je beste beslissing kunnen worden.” En dat is het echt:

Het verlaagt je stress. Het vult je energievat. Het is gezond (ik ben geen fan van de Fitbit, maar je armband gaat cheeren alsof het zijn verjaardag is). De vibraties van de natuur werken helend voor ons lichaam. Knuffel eens een boom. Schreeuw al je kwaadheid uit. Of doe je beklag aan een struik. Het lucht geweldig op. (uit Omdat het kan van Eva Daeleman).

Als je dan alsnog graag je energie kwijt wilt in work-outs, loopsessies of andere sporten, dan is daar niks mis mee. Ik ben zelf judoka, ik train minstens driemaal per week en sta verder elke dag op de mat om training te geven. Mijn sport is mijn leven. Maar mijn geluksgevoel gaat er pas echt op vooruit door dat dagelijkse wandelingetje. Het is mijn beste beslissing.

IMG_20180927_084421809-1.jpg

Help.

Hoeveel van mijn lezers gaan er naar een psycholoog? Hoeveel praten er met vrienden en vriendinnen over moeilijkheden in het leven, over pijn en verdriet en angst? Hoeveel van mijn lezers durven een vriendin op te bellen om te zeggen: “het gaat even niet zo goed, kunnen we wat praten?” Ik kan die vragen niet beantwoorden, uiteraard, maar wat ik wil zeggen is dat we als sociale wezens nood hebben aan contact, verbondenheid, ondersteuning, hulp. Toch weet ik uit eigen ervaring hoe verdomd moeilijk het is om hulp te vragen, laat staan toe te laten. Ik ben wat dat betreft jarenlang een blok beton geweest, ondanks de vele begeleiding die ik kreeg.

Ik ben geen uitzondering. Ik ken veel mensen die het er moeilijk mee hebben hulp te vragen, hulp toe te laten. Dat kan gaan over professionele begeleiding, maar ook ondersteuning van vrienden of familie. Misschien is dat het gevolg van de individualisering van onze westerse maatschappij? We hebben geleerd ons eigen boontjes te doppen, dus de nood om op anderen te rekenen is kleiner. Maar toch is die nood er.

Het is een feit: je kan niet elk moment van de dag op eender wie rekenen. Je kan niet verwachten dat iedereen altijd klaarstaat, want dan word je soms teleurgesteld. Ook als je in begeleiding bent bij een psycholoog kan je niet verwachten dat hij of zij elk moment van de dag bereikbaar is – stel je voor. Er zijn uiteraard kanalen die wél elk moment van de dag klaarstaan, Tele-onthaal bijvoorbeeld. Daarnaast is het helemaal oké om te zoeken naar manieren waarop je hulp kan vragen zonder dat je er afhankelijk van wordt en zonder het gevoel te krijgen dat je mensen tot last bent – want geef toe, dat gevoel kennen we toch?

Hulp vragen aan vrienden vind ik persoonlijk het moeilijkste. Dat is gek, want zelf help ik mijn vrienden maar al te graag. Intussen heb ik wel een leefbaar evenwicht gevonden om hulp te vragen op een manier waarbij de ander een keuze heeft. Bijvoorbeeld, in plaats van rechtstreeks te bellen, stuur ik eerst een simpel sms’je: hey, heb je tijd/energie/zin om te bellen? Zo’n bericht is niet beladen met negativiteit. Je stelt een simpele vraag en je laat ruimte voor de ander. Het fijne is dat mensen doorgaans heel blij zijn met zo’n berichtje. Ze zijn bereid te helpen, maar het voelt voor hen ook niet als een verplichting. Op die manier worden er geen grenzen overschreden en ontstaat er een mooi en helend contact.

Wat als al je vrienden geen tijd, zin of energie hebben? Goede vraag, ik zit daar ook mee in. Het zou natuurlijk moeten lukken dat iedereen druk is, iedereen moe is, iedereen rust nodig heeft. Het is altijd goed te weten hoe je jezelf kan helpen, maar soms heb je echt enorm veel behoefte aan contact. Ikzelf vind ondersteuning bij tele-onthaal (106) en Awel (102) Ook de natuur werkt heel heilzaam en voor de stadsmensen kan het ook goed voelen om buiten te komen en op die manier ‘contact’ te zoeken, al is het maar een simpele glimlach van een onbekende.

Professionele hulp vragen en toelaten is nog een heel andere verhaal. Het voelt enerzijds goed omdat je iemand betaalt in ruil voor hun ondersteuning. Het is een evenredige relatie. Maar bij professionele hulp moet je één ding goed blijven beseffen: je betaalt die persoon niet om je problemen op te lossen. Er is ondanks alle ondersteuning altijd slechts één persoon die veranderingen in gang kan zetten en die persoon dat ben jij en jij alleen. We zijn individuen in een netwerk van andere individuen. Op het einde van het verhaal maak jij de keuzes en draag jij de verantwoordelijkheid voor die keuzes. En dat is lastig. I feel ya. Maar we zijn niet alleen. We staan allemaal voor dezelfde feiten. Net daarom kunnen we elkaar ondersteunen, willen we elkaar ondersteunen. Net daarom blijft het belangrijk dat we de verbondenheid koesteren en dat we zorg dragen voor onszelf en de wereld rondom ons. Vraag hulp, wees behulpzaam, leef lief.

Mijn visie

Als iedereen wat harder huilt, dan kunnen we misschien wat harder troosten en meer relativeren. 

Ik deel de bevolking even heel reductionistisch op in twee groepen. Er is aan de ene kant een groep mensen wiens psychische klachten in die mate belemmerend en langdurig zijn dat er effectief een diagnose nodig is. Maar daarnaast is er ook een gigantische groep mensen – eigenlijk iedereen – bij wie negatieve emoties en ervaringen even reëel zijn, zonder dat die diagnostische nood er is. Dat neemt echter niet weg dat ook die groep mensen in bepaalde fasen van hun leven baat heeft bij al dan niet professionele hulp.

Mijn standpunt is dat als mensen kunnen communiceren over de dingen die hen mentaal blokkeren – verdriet, angst, onzekerheid, etc. – en hun omgeving daarop reageert met erkenning en begrip, er ineens veel meer ademruimte ontstaat. Plots mogen die negatieve emoties bestaan. In gesprekken met anderen kunnen dan nieuwe gedachtepatronen of perspectieven ontstaan, waardoor bepaalde problemen plots minder overweldigend zijn. En als iedereen begint te communiceren over die mentale moeilijkheden, dan volgt er sowieso relativering. Pas op, met relativering bedoel ik absoluut niet het vergelijken van de eigen problemen met die van anderen. Het gaat niet over ‘die heeft het slechter dan mij dus ik mag niet klagen’. Nee, het gaat erover dat het ‘ik ben alleen op de wereld’-gevoel verdwijnt. Plots ben jij niet de enige onzekere mens op de wereld, plots ben je niet de enige die panikeert in grote massa’s mensen, enzovoort. De negatieve emoties worden erkend als onlosmakelijk deel van het leven en we hoeven ze niet langer op te kroppen. Het mag er allemaal zijn.

Ik ben er 100% zeker van dat dit er uiteindelijk voor kan zorgen dat de groep mensen bij wie een diagnose noodzakelijk is kleiner wordt. Het vraagt tijd, want het is niet evident om te spreken over dingen die soms zo moeilijk worden begrepen, maar het begint bij die kleine veranderingen, het begint bij dat ene gesprek, het begint bij die ene persoon die zegt ‘ik luister en oordeel niet’.

 

Cards for Care

Eén op de vijf jongeren zit niet goed in z’n vel. Laat dat even bezinken. In mijn klas uit de middelbare school zouden dat dus al drie leerlingen zijn geweest. Ik was één van hen. Ik was twaalf jaar toen alles ingewikkelder werd. Ik was veertien toen de grond onder mijn voeten verdween. Ik was zeventien toen ik voor het eerst een paniekaanval doorstond. Ik was negentien toen ik mezelf de vraag stelde of nog wel wou blijven doorgaan. Ik ben drieëntwintig en ik blijf gaan, ook al is dat met heel veel vallen en opstaan.

Toen in 2015 Rode Neuzen Dag ontstond, was ik laaiend enthousiast. Zoveel mensen die hun verhaal deelden, zoveel mensen die acties organiseerden, zoveel warmte en begrip. Ik wou er zo graag deel van uit maken, maar dat lukte toen nog niet. Afgelopen jaren kenden opnieuw veel ups en downs, maar altijd vond ik een manier om ondanks de moeilijkheden mijn doelstellingen te bereiken. Ik durfde spreken over de obstakels in mijn leven en vroeg hulp, ook al was dat niet vanzelfsprekend.

Ik vertelde mijn verhaal aan mensen die wilden luisteren en ze feliciteerden me met mijn moed en doorzettingsvermogen. Ik sloeg de complimenten van me af, want wat moet je anders, maar ze zetten wel iets in gang. In gesprekken met leeftijdsgenoten merkte ik op dat pijn, verdriet, angst en onzekerheid voortdurende thema’s werden. Ik begreep niet waarom we die gevoelens nooit konden laten zien. De eerste keer dat één van mijn knapste en slimste vriendinnen vertelde dat ze medicatie nam, was ik in shock. Hoe kon het gebeuren dat iemand zo zelfzeker toch geconfronteerd werd met paniek, angst en depressieve gevoelens? Het antwoord is simpel: ze is helemaal niet zo zelfzeker als ze er uitziet, maar toch doet ze heel erg hard alsof gewoon omdat het niet veilig voelt die kwetsbaarheid te tonen.

Schrijnend, toch? Hoe kunnen we verwachten van onze jongeren dat ze leren dat negatieve gevoelens een deel zijn van dit leven als we zelf voortdurend doen alsof het leven één groot feest is? Als iedereen al die gevoelens moet verstoppen, dan worden we langzaam maar zeker schimmen van onszelf. We blijven voldoen aan de verwachtingen van de maatschappij, maar ondertussen verdwalen we. Ik geloof dat het anders kan.

Rode Neuzen Dag is een stap in de goede richting. De illusie dat het leven een constante gelukservaring is, wordt doorprikt. Het gesprek over psychische problemen wordt geopend en er is ruimte voor begrip. Met het geld dat vorig jaar ingezameld werd, werden er vijf Overkop-huizen gebouwd waar jongeren terecht kunnen voor een gesprek, maar ook om gewoon te ‘chillen’, plezier te maken, jong te zijn en vrienden te ontmoeten. Dit jaar zamelt Rode Neuzen Dag geld in voor het psychisch welzijn van jongeren op school. Een goede zaak, want door jongeren vroegtijdig via laagdrempelige begeleiding terug op goede weg te helpen, kunnen ernstigere problemen in de toekomst worden vermeden. Amen to that!

Ik wil helpen. Ik wil die twee andere klasgenoten het gevoel geven dat ze er niet alleen voor staan. Ik wil tonen dat elk gevoel bestaansrecht heeft en dat kwetsbaarheid een kracht is, geen zwakte. Daarom verkoop ik vanaf september vijf prachtige kaartjes. Vijf van mijn gedichten werden door een vriendin van illustraties voorzien en het resultaat mag er zijn. Mijn gedichten en haar tekeningen zijn een ode aan de kwetsbaarheid van het leven, maar ook aan de veerkracht en de groei. Een kaartje kost 1,5€, een set van vijf kaartjes kost 6€. Alle informatie over onze actie is te vinden op Cards for Care. Daarnaast is het ook mogelijk een vrije bijdrage te storten via mijn actie: klik hier. Delen mag – graag zelfs.

Jezelf graag zien… seriously?

Een neerwaartse spiraal. Het begint bij kleine dingen, maar alles stort steeds sneller in en je hebt de energie niet meer jezelf uit die spiraal te breken. Herkenbaar? Ik durf te zeggen dat iedereen wel eens zo’n periode – of meerdere – doormaakt in zijn of haar leven. Ik zou willen zeggen: ‘dat is oké, dat hoort nu eenmaal bij het leven’, maar ik begrijp dat het allesbehalve oké is wanneer je zelf in zo’n neerwaartse spiraal zit. Dan wil je er uit, zo snel mogelijk.

Zelfhulpboeken, goeroe’s en anderen komen vaak met de fantastische oneliner aandraven: zie jezelf graag. I mean, seriously? Ja. Serieus. Zie jezelf graag, maar dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Je zit in een neerwaartse spiraal, wat meestal betekent dat je geen of te weinig dingen doet die je een positief gevoel geven. Je eet te weinig of te veel, je eet ongezond, drinkt misschien net iets teveel alcohol. Je slaapt teveel of net te weinig, je slaapt op momenten dat je eigenlijk wakker moet zijn en bent wakker op momenten dat je zou moeten slapen. Je denkt er wel aan te gaan sporten, maar uiteindelijk is ook dat een te grote opgave. Zie jezelf dan maar es graag.

Dus, wat doe je dan? Simpel. Wanneer het doel te groot en onbereikbaar lijkt, neem dan kleinere stappen. In plaats van keihard een steile berg op te willen rennen, kan je ook gewoon een trap maken voor jezelf. Een trede per keer. Haalbare doelen. Je kan eerst noteren wat je allemaal graag anders wenst in je leven om die doelstellingen vervolgens te verdelen in kleinere doelen. Je bepaalt zelf het tempo. Het is handig om pas naar een volgende stap te gaan wanneer de voorgaande stappen niet langer een opgave lijken of je kan meteen meerdere treden tegelijkertijd oplopen. Er is geen eenduidig recept voor het leven. Eén ding is wel zeker: jij en jij alleen kan die trap oplopen. Er is niemand die dit in jouw plaats kan doen. Dat is een verontrustend en geruststellend feit. Verontrustend omdat het een enorme verantwoordelijkheid is, geruststellend omdat jijzelf de controle hebt en niemand anders. Je kan uiteraard wel (professionele) hulp vragen of steun zoeken bij vrienden en familie. Het is niet omdat het jouw trap is dat je er alleen voor staat. Er zijn genoeg mensen die even met je mee willen klimmen.

Dus als het niet meteen lukt jezelf graag te zien, probeer dan op z’n minst een aantal lieve dingen te doen voor jezelf. Daarom ook: leef lief. En wacht niet op het ideale moment, maak jezelf niks wijs. Het gaat niet ‘allemaal beter gaan als dit of dat gebeurt’, het leven is nu! Dus maak het nu beter. Breek nu uit je spiraal, stop met wachten. Begin met kleine stapjes, vier elke overwinning en ga zo langzaam maar zeker recht op je doel af: jezelf graag zien. I mean: seriously.