Wat je van mijn beperkte eetpatroon kan leren, of zo

Ik eet geen fruit. Ook geen rauwe groenten. Ik lust wel enkele klaargemaakte groenten, maar liefst verstopt in puree of overgoten met saus. Maar ook niet eender welke saus. Ik lust wel vlees, maar niet als ik het van een bot moet halen. En er mag geen vet rond zitten. Appelmoes eet ik heel erg graag, maar niet als er nog brokken in zitten. Bij de Italiaan eet ik altijd pizza margherita. Op restaurant bestel ik altijd biefstuk friet met pepersaus. Bien cuit.

Ik hoor het je al denken: verwend. Dat is ook wat ik steeds opnieuw hoorde in mijn kinderjaren. Nochtans kom ik uit een gezin waar elke dag vers gekookt werd met groenten uit eigen tuin en heb ik een broer en zus die (zo goed als) alles eten. Ik kreeg niet zomaar mijn zin aan tafel. Ik moest mijn bord leeg eten, of op z’n minst eens proeven. Ik moest rauwe worteltjes en sla eten bij de frietjes, anders kreeg ik gewoon geen frietjes (en dat eet ik nu net wel graag). Er is een strijd gevoerd over eten, tot wanneer een kinderpsychiater zei dat die strijd moest stoppen. Ik kreeg de opdracht om zoveel mogelijk dingen minstens tien keer te proeven vooraleer ik kon beslissen of ik iets niet lustte. Maar zover ben ik zelfs niet geraakt.

Ik ben een moeilijke eter, niet omdat ik de smaak niet lekker vind, maar wel omdat de textuur en temperatuur van eten heel moeilijk voor me is. De logica is niet helemaal perfect, maar in essentie komt het erop neer dat droge, krokante dingen bijna altijd veilig zijn en koude, sappige dingen nooit veilig zijn. En ik spreek over ‘veilig’ omdat bepaalde voedingsmiddelen me echt een heel ongemakkelijk gevoel geven. Verder is de logica soms ver te zoeken. Ik lust bijvoorbeeld geen kaas, op een paar uitzonderingen na: geraspte kaas (gruyère of emmentaler) gesmolten op pizza of in saus lukt, een schelletje jonge kaas met mayonaise op een stokbrood of met boter op een sandwich is ook oké. Maar mayonaise op een sandwich is dan weer moeilijk.

Ik kan nog heel ver gaan in het beschrijven van mijn eetpatroon, maar de essentie is duidelijk: ik ben een moeilijke eter. En ik krijg er nog altijd enorm veel commentaar op. Altijd opnieuw dezelfde vragen, dezelfde grappen, dezelfde opmerkingen. Maar mensen vergeten soms dat dit beperkte eetpatroon voor mij – vóóral voor mij – niet evident is. Probeer maar eens een gezonde menu samen te stellen met zoveel beperkingen. En daarenboven vergeet iedereen ook dat dit niet het resultaat is van verwennerij. Dit, beste mensen, dit is een symptoom van *tromgeroffel* autisme. Niets meer, niets minder. Het hoort er gewoon bij. (En dat is kut, man!).

Er was een tijd waarin ik tegen mijn aversies vocht. Als student probeerde ik gezonde maaltijden te bereiden. Dat lukte, maar ik at elke dag tegen mijn zin. Probeer je maar eens in te beelden dat je elke dag moet eten van net datgene dat je niet lust. Dat deed ik dus, want ik moest gezond zijn. Toen ik ziek werd, had ik daar gewoon geen energie meer voor. Eten werd toen overigens nóg ingewikkelder omdat het verweven geraakte met hardnekkige regels in mijn hoofd.

Ik heb soms weken, misschien wel maanden, overleefd op cornflakes en chips. En er zijn al heel veel dagen geweest waarop ik simpelweg niks at. Er is ook een hele tijd geweest waarin de stress zo hevig was dat mijn lichaam geen eten kon binnenhouden. En nog altijd is het een gevecht. Maar ik eet. Mijn menu is misschien beperkt tot zelfgemaakte lasagne, hete bliksem, ovenschotel met broccolipuree en af en toe es biefstuk friet met pepersaus op restaurant, maar ik eet. Of ik probeer toch heel erg hard.

De buitenwereld ziet dat beperkte stukje. De buitenwereld ziet een zesentwintigjarige die niks lust. Een zesentwintigjarige die niks proeft. En dat is zo grappig en raar dat teveel mensen er iets over zeggen op een manier die wel eens pijn doet ook. Maar dat beperkte stukje is het topje van de ijsberg waar ik elke dag mee vecht. En dit is nu een heel specifiek voorbeeld van mijzelf, maar het geldt voor zoveel mensen: we zien een buitenkant, we zien dat kleine stukje ijsberg, maar niet de realiteit waar de persoon zelf mee vecht. Ik stel voor dat we daar eens aan denken tijdens de vele (familie)feesten de komende weken. Het is niet nodig om commentaar te geven op wat er op iemand z’n bord ligt. Het hoeft niet om voor de zoveelste keer te vragen of iemand al een relatie heeft of wanneer iemand eindelijk aan kinderen begint. Vermijd die toon, die typische familiefeest-smalltalk-toon die we allemaal kennen (én haten, toch?) en probeer wat empathisch luisteren, toon wat gezonde, warme interesse. Allé, je snapt me wel: leef lief. Of zo.

4 Comments

  1. Oh my … wat herken ik mijn zoon hierin. Bijna 3 jaar en zo beperkt van eten. En weigert proeven. Enkel appelmoes, appel en banaan lust hij van gezonde dingen….toch als baby alles gegeten maar beetje bij beetje is hij vaste voorkeuren gekregen.( als k het zo kan verwoorden)

    Like

    1. Ik zou zeggen: blijf dingen aanbieden en toon het goede voorbeeld, maar maak geen strijd van het eten, want dat heeft veel indruk op me nagelaten. En laat je mss op tijd bijstaan door professionals, dat vooral.

      Like

Laat een reactie achter op Stiene Reactie annuleren

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s