Hoe ik mijn diploma behaalde

Wanneer je aan het einde van je middelbare schoolcarrière komt, ben je meestal klaar voor iets nieuws. Bij sommigen is dat nieuwe hoofdstuk al duidelijk, voor anderen is het nog een zoektocht. De ene schrijft zich meteen in voor een studie aan de hogeschool of universiteit, de andere vertrekt op reis, nog anderen komen in een crisis terecht als een gevolg van hun besluiteloosheid wat hun toekomst betreft en een andere groep jongeren beslist het studeren voor bekeken te houden en gaat aan het werk.

Ik was zo één van die jongeren die heel duidelijk wist wat ze wou – of daar leek het toch op. Ik wou Taal- en Letterkunde (Nederlands-Engels) gaan studeren, zonder twijfel. Ik wist amper wat de richting inhield en ik deed weinig opzoekingswerk, want ik was zeker. En zo geschiedde. Ik schreef me in aan de Ugent en begon aan een nieuw hoofdstuk met de belofte dat ik me hier helemaal zou kunnen ontplooien. Mijn leerkrachten uit het middelbaar vertrouwden erop dat ik aan de universiteit een hoop zielsverwanten zou ontmoeten en dat ik ein-de-lijk mijn plek op deze wereld zou vinden.

Helaas. De onrust die ik in het middelbaar met me meedroeg, werd een monsterlijke paniek tijdens mijn eerste jaar. Het voelde alsof er iemand een gat in mijn borstkas had geslagen en dat alle lucht die ik inademde compleet verloren ging in die leegte. Het voelde als constant flauwvallen. Het voelde als eenzaamheid. Ik pendelde elke dag van mijn huis naar Gent: bus, trein, fiets. De enige weg die ik aflegde in Gent was van het station naar de Blandijn en van de Blandijn naar het station. De drukte in het station was moordend, de hoeveelheid volk in de auditoria sneed door mijn lijf. Ik was in elke les, maar ik was er nooit echt. Ik zat er gewoon, te strijden met mijn binnenste.

Maar, ik gaf niet op. In het tweede semester besloot ik aan al mijn professoren en docenten te laten weten dat ze mij niet zomaar mochten aanduiden om een antwoord te geven in de les, omdat de idee alleen al dat ik iets luidop zou moeten zeggen in een groep me een immense angst bezorgde. Door die angst functioneerde ik niet en was mijn aanwezigheid in de les eigenlijk zinloos. Al mijn professoren hielden er rekening mee; het touw rond mijn borstkas spande iets minder strak. Eén prof ging zelfs nog een stap verder. Op de dag waarop ik haar vertelde over mijn moeilijkheden kreeg ik een mailtje van haar. Ze schreef dat ze me moedig vond en dat ik haar altijd mocht contacteren als ik hulp nodig had. Ze maakte het mogelijk dat ik mijn presentaties in besloten groep mocht houden en niet voor de klasgroep. We hielden contact via mail en kruisten elkaar af en toe in de gangen. Het was niet veel, maar het verlichtte mijn pad.

Aan het einde van mijn tweede jaar was ik compleet gebroken, maar nog niet kapot. Er was altijd hoop. Ik begon aan mijn derde jaar met een nieuwe tactiek: management. Ik verspreidde mijn vakken zodat ik meer ademruimte kreeg. Ik nam al mijn lessen op met een dictafoon, zodat ik thuis alles kon herbeluisteren op mijn tempo. Het kostte me namelijk nog steeds veel moeite om gefocust te zijn in de les doordat ik me vaak zo onrustig voelde. Mijn punten stegen in een rechte lijn, mijn zelfvertrouwen groeide. Ik was heel open over mijn moeilijkheden bij mijn vrienden en zij reageerden met liefdevolle mildheid. Mijn audio-opnamen zorgden er ook voor dat veel studenten mij contacteerden: de mensen rondom me waren niet langer een gevaar. De Blandijnberg werd een thuis, Gent was niet langer onbekend terrein. Ik zat op kot en ook daar werd ik omringd door de liefste mensen die me steunden, elk op hun manier.

Waren er nog moeilijke momenten? Ja, constant. Elke dag zat vol uitdagingen, de paniekaanvallen waren nog steeds een realiteit. Maar er was ook die andere kant, er waren ook momenten van vrede en rust en aanvaarding. Ik contacteerde een studentenpsychologe, ik volgde de cursus ‘Verder met Angst’, ik ontmoette nieuwe mensen, ik schreef, ik behaalde mooie resultaten, ik leerde wat ‘ademruimte’ betekende en waarom het zo noodzakelijk is.

En nu? Nu ben ik afgestudeerd. Ik behaalde mijn diploma als Master in de Taal- en Letterkunde (Nederlands-Engels) met onderscheiding. Eerst was ik teleurgesteld, want ik had echt graag grote onderscheiding gehad. Na het lezen van het feedbackverslag van mijn thesispromotor echter, voelde ik voor het eerst een soort fierheid. Ik heb het toch maar mooi geflikt, niet? Heb ik nog moeilijke momenten? Tuurlijk! Ze zijn deel van mijn leven, deel van het leven. Maar er is altijd een weg, daar kan je vanop aan.

Ik ben niet alleen, was nooit alleen. Zoveel mensen ervaren dagelijks gelijkaardige en/of andere moeilijkheden. Als we er niet over praten, blijft het een eenzame strijd en duurt heling zoveel langer. Praten helpt. Daarom zwijg ik niet langer. Hopelijk praat iemand met me mee.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s